Historie
Mede dankzij een rijke historie met maar
liefst drie wereldrecords staat de Rotterdamse
marathon zowel nationaal als internationaal bekend als een
toonaangevend loopevenement. Met een supersnel parcours, een
uitstekende, innovatieve organisatie, een inspirerend publiek en
een unieke sfeer op onder meer de Coolsingel is de ABN AMRO
Marathon Rotterdam uitgegroeid tot de grootste marathon én het
grootste eendaagse sportevenement van Nederland met fantastische erepodia. Een feest
voor iedere loper.
Première
Rotterdam beleefde op zaterdag 23 mei 1981 de première van zijn
internationale marathon. Grote sportevenementen ontstaan niet
zomaar. Zo kent ook de marathon in Rotterdam een memorabele
voorgeschiedenis.
Het idee van een internationale marathon ontstond in 1980. Op 17
mei van dat jaar organiseerde de Rotterdamse Atletiekvereniging PAC
ter gelegenheid van het 85-jarig bestaan het nationale
kampioenschap 25 kilometer. Op de Coolsingel stonden Cor Vriend,
Barry Kneppers en Bram Wassenaar als respectievelijk de nummers
een, twee en drie op het erepodium.
Rotterdam had voor de Tweede Wereldoorlog al kennis gemaakt met
de marathon. Het parcours van de door het blad Het Leven financieel
gesteunde wedstrijd, voerde van de Nenijto-sintelbaan naar
Nieuwerkerk aan de IJssel en terug. In 1937 gold de wedstrijd als
nationaal kampioenschap. De titel ging naar de Rotterdammer Bram
Groeneweg (2.54.06). Op 22 juli 1950 werd op het beproefde parcours
opnieuw de nationale titelstrijd gehouden, met de Eindhovenaar Adri
Moons in 2.58.12 als winnaar. Het duurde tot de jaren zestig
voordat Metro, een andere atletiekclub uit de Maasstad, de
organisatie van een marathon aandurfde. Viermaal hield de club zo'n
evenement op een parcours door het Kralingse Bos.
Het succes van het NK 25 kilometer in 1980 vroeg om een vervolg.
Op initiatief van Gerard Rooijakkers, ambtenaar van de Gemeente
Rotterdam, kwam er een gesprek met enkele vertegenwoordigers van de
Rotterdamse clubs. Die bleken liever een nieuwe kunststof
atletiekbaan te willen dan een marathon. Het organiseren van zo'n
marathon bleek echter makkelijker te verwezenlijken. Het
aanvankelijke plan om de marathon in september 1980 te houden, was
niet haalbaar en de keus viel op het voorjaar van 1981.
Op 23 mei 1981 beleefde de nieuwe Marathon Rotterdam letterlijk
en figuurlijk zijn doop. Die dag kwam de regen met bakken uit de
hemel. Een kleine tweehonderd lopers stonden op de Boszoom om 15.30
uur klaar. Onder hen John Graham (foto). Rotterdam is de destijds
24-jarige Schot eeuwige dank verschuldigd. Na een indrukwekkende
solo arriveerde hij na zes ronden door het Kralingse Bos na 2.09.28
op de Coolsingel, waar meer dranghekken dan toeschouwers stonden.
De tijd van Graham was zó opzienbarend (uiteindelijk de derde tijd
van de wereld van dat jaar), dat NOS Teletekst durfde te stellen
dat de afstand niet juist zou zijn gemeten! Graham zette door zijn
prestatie, beloond met een bedrag van 750 Engelse ponden, Rotterdam
meteen op de marathonlandkaart. Jacques Valentin eindigde als
eerste Nederlander op de derde plaats.

Records
Waar de regen in 1981 de marathon parten speelde, fungeerde een
jaar later de wind als spelbreker. Twee gerenommeerde atleten
trokken op 22 mei 1982 de aandacht: Gerard Nijboer en de Mexicaan
Rodolfo Gomez. Beiden hadden in de Olympische marathon van Moskou
(1980) een zeer grote rol gespeeld. Nijboer had verrassend zilver
veroverd en Gomez was als zesde geëindigd. Nijboer, die op 26 april
1980 in Amsterdam het Europees en Nederlands record op 2.09.01 had
gebracht en die prestatie in Moskou bevestigde, haalde dit keer de
finish niet. Gomez won, na een gevecht met de harde wind in
2.11.57. Later dat jaar kroonde Nijboer zich in Athene overigens
tot Europees kampioen.
Een jaar later kwam Gomez opnieuw naar Rotterdam. De maand mei
was ingeruild voor april en op de negende van die maand stond - op
wat nu echt een stadsparcours was - een zeer sterk lopersveld aan
de start met Australiër Robert de Castella, de Portugees Carlos
Lopes, Rodolfo Gomez en zijn neef José, de Amerikaan Alberto
Salazar en de Belg Armand Parmentier. Het werd een indrukwekkende
marathon, die vooral door de komst van Salazar internationaal veel
belangstelling trok. Tot 35 kilometer bleven de zes bij elkaar. De
Castella en Lopes sprintten op de Coolsingel uiteindelijk om de
winst. De Australiër won in 2.08.37, op twee seconden gevolgd door
de Portugees, die daarmee Rotterdam zijn eerste Europese record
schonk. De tijden van de twee waren de eerste en de derde tijd van
dat jaar.
Wereldrecords
In 1985 (20 april) was Carlos Lopes de grote ster in Rotterdam.
De Portugees, een goede vriend van Jos Hermens was een jaar eerder
door een blessure uitgevallen. Hij revancheerde zich in 1985 op
ondubbelzinnige wijze. Met 2.07.12 liep hij een wereldrecord en
werd de eerste mens die de 42,195 kilometer binnen de twee uur en 8
minuten aflegde. Zijn voorsprong op John Graham, die als tweede
eindigde in 2.09.58, bedroeg bijna drie minuten.
Een jaar later maakte Rotterdam kennis met de Ethiopische
lopers. Op 19 april liepen Abebe Mekonnen en Belayneh Densamo
(foto) bijna synchroon over het Rotterdamse parcours. Mekonnen won
met één seconde voorsprong in 2.09.08. Densamo heeft zijn naam
echter voor altijd aan Rotterdam verbonden. Op de eerste plaats
door het wereldrecord dat hij op 17 april 1988 (de eerste maal dat
de race op zondag werd gehouden) met 2.06.50 liep. En ook omdat hij
zeven keer in Rotterdam aan de start verscheen en viermaal won
(1987, 1988, 1989 en 1996).
Carlos Lopes en Belayneh Densamo zijn de meest aansprekende
winnaars van Rotterdam, omdat zij de stad een wereldrecord
schonken. Maar veel meer grootheden op de marathon hebben indruk
gemaakt in de Maasstad. Om er enkele te noemen: Robert de Castella,
die in 1991 opnieuw zegevierde, de Japanner Hiromi Tangiguchi
(1990), de Mexicanen Salvador Garcia (1992) en Dionicio Ceron
(1993), de Belg Vincent Rousseau (1994), de Spanjaarden Martin Fiz
(1995) en Fabian Roncero (1998) en de Portugees Domingos Castro
(1997).
Sedert 1999 kent Rotterdam uitsluitend winnaars uit Kenia, onder
wie Josephat Kiprono, die met 2.06.50 het parcoursrecord van
Densamo evenaarde en de beste tijd uit 2001 liep. Op 04-04-04 was
het de beurt aan de Keniaan Felix Limo om zijn naam voor eeuwig aan
de Fortis Marathon Rotterdam te verbinden. Met een parcours-
en persoonlijk record van 2.06.14 toonde de kleurrijke Limo maar
weer eens aan dat 'Rotterdam' een van de snelste parcoursen ter
wereld heeft.
In 2006 bleef Sammy Korir net boven het parcoursrecord van Felix
Limo. De tijd van Korir (2.06.38) is de beste jaartijd van 2006. De
tweede plaats was voor Paul Kiprop Kirui (2.06.44). De derde plek
ging naar Charles Kibiwott (2.06.52).
William Kipsang scherpte het parcoursrecord op 13 april
2008 aan tot 2.05.49. Een jaar later beleefde de Coolsingel een
adembenemende finale van de marathon. De Kenianen Duncan Kibet en
James Kwambai finishten na een bloedstollende eindsprint in de
beste tijd ooit in Rotterdam gelopen: 2.04.27. Mede dankzij hun
prestaties (niemand was in 2009 sneller) geldt Rotterdam op basis
van de tien beste tijden als een van de snelste
marathonsteden ter wereld.
Vrouwen
Vrouwen speelden in de Marathon Rotterdam lange tijd een
ondergeschikte rol. Pas in de tiende editie in 1990 liep toenmalig
Nederlandse recordhoudster Carla Beurskens een internationaal
aansprekende tijd met 2.29.47. Zij werd daarmee de tweede
Nederlandse winnares, na Marja Wokke in 1981 (2.43.23) en voor Joke
Kleyweg (1991), Anne van Schuppen (1993) en Lornah Kiplagat
(2005).
Tegla Loroupe bewees dat ook vrouwen supersnel kunnen zijn op
het Rotterdamse parcours. De Keniaanse kwam op 20 april 1997 voor
het eerst naar de stad aan de Maas. Zij liep meteen een
wedstrijdrecord van 2.22.07. Een jaar later, op 19 april, werd
Rotterdam de eerste marathon die zowel het wereldrecord bij de
mannen als vrouwen in bezit had. Tegla Loroupe finishte op de
Coolsingel in 2.20.47. Het leidde tot grote afgunst bij de
marathons van Londen en Chicago, die op allerlei manieren
probeerden de prestatie te kleineren omdat die in een gemengde race
was geleverd. Tegla Loroupe liep een jaar later weer in Rotterdam
en won opnieuw in 2.22.48.
Voor het eerst sinds 1993, toen Anne van Schuppen de snelste
was, stond er in 2005 weer een Nederlandse atlete op de hoogste
trede van het podium. Lornah Kiplagat kwam binnen in 2.27.36.
In 2012 werd het parcoursrecord van Tegla Loroupe verbeterd met
bijna twee minuten door de Etheopische Tigi Gelane. In 2.18.58 liep
ze een fantastische tijd en gelijk ook de beste seizoenstijd tot
dan toe.